Populieren planten

De ware zin van het leven is bomen te planten in de schaduw waarvan je niet verwacht te gaan  zitten.  (Nelson Henderson)



De geschiedenis van het Abbekinderse Bos gaat in ieder geval terug tot vóór W.O. II (en tot veel vroeger datum, maar daarover wellicht een andere keer). Bovenstaand kaartje toont de situatie van 1939 (1). Rijksweg 58 staat nog niet getekend en het bos ligt daardoor nog aan de Dijkwelscheweg. Maar bij de aanleg van Rijksweg 58 raakte de Dijkwelscheweg doorsneden. Tegenwoordig houdt de Dijkwelseweg op bij Rijksweg 58, die nu Viaductweg heet. Aan de andere kant van de provinciale weg gaat hij verder als Abbekinderse Zandweg. Nu ligt het Abbekinderse Bos aan de Abbekinderse Zandweg. Ook toen was het al een ruig bos. 

In de inleiding van een boekje over het Abbekinderse Bos (2)  schrijft Ir. J.A. Trimpe Burger: “Ik kan u verzekeren dat omstreeks 1930 de brandnetels in het Abbekinderse Bos, waarin destijds zeer zwaar geboomte (olmen en populieren) stond, ook al “meters” hoog waren. Ik was genoodzaakt de toen al boeiende excursies door het bos als zevenjarige jongen op de schouders van mijn vader mee te maken omdat er anders menselijkerwijs geen doorkomen aan was.” Er was toen dus ook al behoorlijk wat ruigte in het bos.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het bos gerooid. Na de oorlog vindt aanplant van een productiebos plaats. Om daar wat meer over te weten te komen, vervoeg ik mij op 22 mei bij het Zeeuws Archief in Middelburg. Ik heb daar een dossier gereserveerd waarvan ik het bestaan op internet had achterhaald. (3)


Op bovenstaande kadastrale kaart ten behoeve van de ruilverkaveling De Poel – Heinkenszand (1980) geeft de stippellijn de grens aan van het Abbekinderse Bos.

Van de aanplant, eind jaren veertig / begin jaren vijftig zijn de gegevens in het Zeeuws Archief bewaard gebleven. Het bos was verdeeld in vier percelen. Wat erg leuk is, is dat die percelen namen hadden die waarschijnlijk verwezen naar vroegere eigenaars.

Bos van Sinke

Het eerste perceel dat beplant werd heeft kadastraal nummer 898. Het heette het Bos van Sinke en was 2.56.70 hectare groot. In de winter van 1949 op 1950 werden daar geplant 558 exemplaren van de soort Populus Renegata Erecta in 31 rijen. Deze naam staat in de planning van boomkweker Van der Have. Volgens publicatie (2) is dat hetzelfde als Populus Serotina Erecta

Bos van Soetebier

Populus Marilanda, Bron (4)

Het perceel met de kadastrale nummers 196 en 187 was 2.30.80 hectare groot en  heette Bos van Soetebier. Het werd in de winter van 1950 op 1951 beplant met 188 exemplaren van de soort Populus Marilandica in 11 rijen en 425 exemplaren van de soort Populus Robustica in 13 rijen.

Bos van Moe Janna

Het perceel met kadastraal nummers 190 en 191 is 2.90.20 hectare groot en heette Bos van Moe Janna. Het werd in de winter van 1950 op 1951 beplant met 499 stuks van de soort Populus Gelrica in 16 rijen.

Op één van de papieren in het archiefstuk zag ik dat tussen de twee voorgaande percelen er ook nog pruimenbomen zou hebben gestaan alsmede 11 exemplaren Populus Robustica.

 Bos van Konings

Het perceel met kadastraal nummer 187 was 3.07.80 ha groot en had als naam Bos van Konings. Boomkweker Van der Have plantte er in de winter van 1951 op 1952 196 exemplaren van de soort Populus Robusta in 8 rijen; 216 exemplaren van de soort Raverdeau in 16 rijen; 201 exemplaren van de soort  Populus Gelrica in 12 rijen.

Raverdeau is een Populiersoort, die ook wel Populus Robusta Zeeland wordt genoemd. Kennelijk wijkt hij af van de gewone Robusta (?). Raverdeau is ook de naam van een boomkweker in Romily in Frankrijk. Dat doet iets vermoeden over de oorsprong. In “Herkomst en nomenclatuur van enige Populusencultivars” schrijft J. T. M. Broekhuizen van het Instituut voor Bosbouwkundig Onderzoek in 1959:Over de oorsprong van 'Robusta Zeeland' is niets met zekerheid bekend. Materiaal hiervan wordt reeds lang door Zeeuwse kwekers geteeld. Het is afkomstig van de kwekerij "Pomona" van De Coninck te Maldegem, België, vanwaar het ongeveer 45 en 35 jaren geleden werd betrokken onder de naam Raverdeau. Hieruit blijkt dat 'Robusta Zeeland' niet in Zeeland is ontstaan, maar werd geïmporteerd uit België en vermoedelijk uit Frankrijk stamt.”

Het beheer van het bos is in mijn waarneming in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw extensief geweest. Bomen groeiden te lang door, omgevallen bomen werden door onbevoegden uit het bos gesleept. Op 3 december 1988 staat er een verkoopadvertentie in de Provinciale Zeeuwse Courant. In 1989 vindt verkoop aan Natuurmonumenten plaats.


========================================

1. https://www.topotijdreis.nl/ , geraadpleegd op 24-05-2026

2. (1983) J. A. Trimpe Burger e.a., Inventarisatierapport van het “Abbekinderse Bos,  KNNV afdeling Beveland, te raadplegen in de Zeeuwse Bibliotheek

3. 77 Familie Trimpe Burger, 1712-1939, 45a Stukken betreffende eigendom van het Abbekinderse Bos in Kapelle en verkoop van bospercelen aan de Verenging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, c 1952-1993. 1 omslag te raadplegen in het Zeeuws Archief

4. Bron: Wikipedia, FrDr - Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69208415

 

 

 

 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Vroegste herinnering

Hoe ik Biodiversiteitsdag vierde